Vis herkenning

Op deze pagina kunt u de meest voorkomende Nederlandse zoetwatervissen bekijken. 
Hierin kunt u informatie vinden over de lengte, leefgebied, en of zij opgenomen zijn in de visserijwet.

Er zijn vissen die opgenomen zijn in de Visserijwet en Frora en Fauna wet. 


Aal / paling 28 cm
Lengte tot ca. 125 cm. 

de Aal of Paling heeft een status bedrijgd en mag onder strikte voorwaarden worden gevangen, gericht vissen met de hengel is niet toe gestaan en in het bezit hebben is een dilict.

De aal komt algemeen voor, is dus in alle watertypen te vinden.
Het voedsel bestaat uit insectenlarven en kleine kreeftachtige. 
Grote exemplaren eten ook vis en weekdieren.


Alver geen
Lengte tot ca. 25 cm.
De alver komt voor in rivieren, maar ook in binnenwateren die in verbinding staan via sluizen.
Hij leeft van insectenlarven en dierlijk plankton.
Is zeer gevoelig voor beschadigingen.


Amerikaanse hondsvis geen
Lengte tot ca. 15 cm.
De Amerikaanse hondsvis komt oorspronkelijk uit Noord- Amerika, maar is door aquariumhouders waarschijnlijk in de Nederlandse natuur geplaatst. Komt hoofdzakelijk voor in vennen en beken van het Noord- Brabantse en Limburgse landschap.
Hij leeft van insectenlarven, wormpjes, kleine kreeftachtige en visbroed.


Winde 30 cm
Lengte tot ca. 80 cm.
De winde komt vrij algemeen voor maar vooral in het IJsselmeer, Biesbos, het Haringvliet en aangrenzende wateren. 
Kan door uitzetting ook voorkomen in afgesloten wateren.
Wordt tegenwoordig ook veel verkocht als vijvervis.
Hij leeft vooral van insecten en kleine kreeftachtige, maar soms ook kleine witvis.


Baars 22 cm
Lengte tot ca. 50 cm.
Komt algemeen voor, maar vooral in niet troebel water.
Leeft van allerlei dierlijk voedsel maar vissen met een lengte boven de 15 cm eten vooral vis.


Barbeel 30 cm
Lengte tot ca. 70 cm.
Komt vooral voor in het stroomgebied van de Limburgse Maas, maar wordt steeds meer in binnenwateren gesignaleerd.
Hij leeft hoofdzakelijk van insectenlarven, wormpjes en weekdieren.


Spiegelkarper geen
Lengte tot ca. 120 cm.
De spiegelkarper komt door uitzetting algemeen voor in de Nederlandse wateren.
Hij leeft hoofdzakelijk van insectenlarven, kleine kreeftachtige, wormpjes en weekdieren.


Schubkarper geen
Lengte tot ca. 120 cm. 
De schubkarper komt door uitzetting algemeen voor in de Nederlandse wateren.
Hij leeft hoofdzakelijk van insectenlarven, kleine kreeftachtige, wormpjes en weekdieren.


Kroeskarper geen
Lengte tot ca. 50 cm.
Komt algemeen voor in stilstaande wateren met plantengroei en een zachte bodem.
Hij leeft hoofdzakelijk van insectenlarven, plantendelen, dierlijk plankton en slakjes.


Graskarper geen
Lengte tot ca. 120 cm.
Ingevoerde vis vanuit China om de overmatige planten groei in onze Nederlandse wateren tegen te gaan.
Plant zich in ons land niet voort.
Uitzetting is alleen toegestaan mits u zich aan de regels van de overheid houd.
Hij leeft hoofdzakelijk van zachte planten.


Zeelt 25 cm
Lengte tot ca. 60 cm.
De zeelt komt algemeen voor in Nederlandse wateren, waar veel plantengroei is en een zachte bodem.
Hij leeft hoofdzakelijk van slakjes, wormpjes en insectenlarven.


Ruisvoorn 15 cm
Lengte tot ca. 45 cm.
De ruisvoorn komt hoofdzakelijk voor in ondiepe en plantenrijke wateren.
Hij leeft hoofdzakelijk van insecten en insectenlarven.


Zwarte Amerikaanse dwergmeerval geen
Lengte tot ca. 35 cm.
Oorspronkelijk afkomstig uit Noord-Amerika.
Komt regelmatig voor in Noord-Brabant en Limburg en het Hollandse plassengebied.
Leeft hoofdzakelijk van insectenlarven, slakjes, visjes en plantendelen.


Steur geen
Lengte tot ca. 400 cm.
Komt voor in zoet en zout water, maar is in onze binnenwateren nauwelijks meer te vinden.
Leeft hoofdzakelijk van kleine bodemdiertje



Zonnebaars  geen
Lengte tot ca. 15 cm.
Komt oorspronkelijk voor in Noord-Amerika.
Wordt in ons land vooral aangetroffen in vennen en wateren met veel planten in Noord-Brabant.
Hij leeft hoofdzakelijk van dierlijk plankton, insectenlarven en visbroed.


Blankvoorn geen
Lengte tot ca. 45 cm.
Komt overal voor in de Nederlandse wateren.
Hij leeft hoofdzakelijk van slakjes en insectenlarven.


Bittervoorn
Lengte tot ca. 10 cm.
Komt hoofdzakelijk voor in schone en stilstaande wateren.
Is afhankelijk van grote zoetwater mosselen in verband met de voortplanting.
Hij leeft hoofdzakelijk van draadalgen, dierlijk plankton en insectenlarven.


Beekforel 25 cm 
Lengte tot ca. 100 cm
De beekforel komt door uitzetting vooral voor in het Veerse meer.
Hij leeft hoofdzakelijk van insectenlarven, kleine kreeftachtige en visjes


Beekprik deze mag niet meegenomen worden, is beschermd
Lengte tot ca. 16 cm.
Komt op een aantal plaatsen voor in kleine beekjes.
De larven van de beekprik leeft ingegraven in de bodem.
Het voedsel, waaronder algen, wordt uit het langs stromende water opgenomen.
Volgroeide exemplaren eten niet en leven hooguit een aantal maanden.


Bermpje deze mag niet meegenomen worden, is beschermd
Lengte tot ca. 15 cm.
Komt op verschillende plaatsen algemeen voor in schone stomende wateren.
Leeft hoofdzakelijk van insectenlarven en wormpjes.


Brasem geen
Lengte tot ca. 80 cm.
Komt overal voor in de Nederlandse wateren.
Leeft hoofdzakelijk van insectenlarven, kleine kreeftachtige, dierlijk plankton en wormpjes.


Bronforel  25 cm
Lengte tot ca. 50 cm.
Ingevoerd vanuit Noord-Amerika.
Wordt in Nederland aangetroffen in de Limburgse Geul.
Leeft hoofdzakelijk van kleine kreeftachtige, insecten en kleine visjes.


Bruine Amerikaanse dwergmeerval geen
Lengte tot ca. 45 cm.
Ingevoerd vanuit Noord-Amerika.
Wordt in Nederland gevonden in Noord-Brabant en Limburg.
Leeft hoofdzakelijk van slakjes, visjes, insectenlarven en soms plantendelen.


Driedoornige stekelbaars geen
Lente tot ca. 10 cm
Komt algemeen voor in zoete en brakke wateren.
Leeft hoofdzakelijk van dierlijk plankton.


Elrits deze mag niet meegenomen worden, is beschermd
Lengte tot ca. 13 cm.
Wordt op een aantal plaatsen in de Limburgse Geul aangetroffen.
Leeft hoofdzakelijk van insecten en kleine kreeftachtige.


Gestippelde alver deze mag niet meegenomen worden, is beschermd
Lengte tot ca. 15 cm.
Komt nog zeer zeldzaam voor in kleine riviertjes en beekjes.
Leeft hoofdzakelijk van insecten, kleine kreeftachtige en wormpjes.


Giebel geen
Lengte tot ca. 45 cm.
De giebel komt op verschillende plaatsen in ons land voor.
Leeft hoofdzakelijk van kleine diertjes en plantaardig materiaal (draad alg).


Grote modderkruiper deze mag niet meegenomen worden, is beschermd 
Lente tot ca. 45 cm.
Komt in verschillende wateren voor, maar altijd in kleine hoeveelheden.
Leeft hoofdzakelijk van wormpjes en insectenlarven.


Vlagzalm
 35 cm
Lente tot ca. 50 cm.
Komt plaatselijk regelmatig voor in beken en kleine riviertjes.
Leeft hoofdzakelijk van insectenlarven.


Kleine modderkruiper 
Lengte tot ca. 13 cm.
Komt vooral voor in schone en heldere wateren.
Leeft hoofdzakelijk van insectenlarven en wormpjes.



Kolblei geen
Lengte tot ca. 35 cm.
Komt algemeen voor in de Nederlandse wateren.
Deze vis wordt in jonge stadium verward met brasem.
Leeft hoofdzakelijk van insectenlarven, wormpjes, kleine kreeftachtige en dierlijk plankton.


Kopvoorn 30 cm 
Lengte tot ca. 65 cm.
Komt vooral voor in het stroomgebied van de Limburgse Maas.
Leeft hoofdzakelijk van insecten, weekdieren en soms kleine vis.


Kwabaal  geen
Lengte tot ca. 60 cm.
Komt in kleine hoeveelheden vooral voor in Friesland en het Utrechtse plassengebied.
Leeft hoofdzakelijk van kreeftachtige en kleine vis.



Meerval deze mag niet meegenomen worden, is beschermd
Lengte tot ca. 250 cm.
De meerval komt in redelijke aantallen voor in de Westeinder plassen.
De meerval versprijt zich verlieverlee over andere wateren uit in andere binnenwateren.

Leeft hoofdzakelijk van vis.


Tiendoornige stekelbaars geen 
Lengte tot ca. 7 cm.
Komt algemeen voor, maar vooral in plantenrijke wateren.
Leeft hoofdzakelijk van dierlijkplankton.


Pos geen
Lengte tot ca. 20 cm.
Komt overal voor maar voelt zich het meest thuis in grote wateren en het IJsselmeer.
Leeft hoofdzakelijk van insectenlarven en kleine kreeftachtige.


Regenboogforel 25 cm
Lengte tot ca. 100 cm.
Ingevoerd vanuit Noord-Amerika.
Is in Nederland uitgezet in het Veerse Meer en andere deltawateren.
Leeft hoofdzakelijk van insectenlarven, kreeftachtige en soms kleine visjes.


Spiering geen
Lengte tot ca. 20 cm.
Komt vooral voor in de brakke wateren van onze kustprovincies.
Komt ook voor in de Waddenzee.
Leeft hoofdzakelijk van dierlijk plankton en kleine kreeftachtige.


Rivierdonderpad deze mag niet meegenomen worden, is beschermd
Lengte tot ca. 15 cm.
Komt in kleine aantallen voor in rivieren, beken en meren.
Leeft bij voorkeur op een harde, stenige bodem.
Leeft hoofdzakelijk van insectenlarven, kleine kreeftachtige en wormpjes.


Rivierprik beschermd tot 15 cm
Lengte tot ca. 40 cm.
Komt in kleine aantallen voor in rivieren en beken.
Plant zich voor in zoetwater en trekt na ongeveer 3 jaar naar zee.
Leeft als parasiet op vissen.


Roofblei geen
Lengte tot ca. 100 cm.
Komt oorspronkelijk uit het stroomgebied van de Donau.
Hij leeft hoofdzakelijk van insecten en vis.


Snoekbaars 42 cm
Lengte tot ca. 120 cm.
Komt met name voor in troebele wateren en het liefst met een stevige bodem.
Hij leeft hoofdzakelijk van kleine vis.


Serpeling 15 cm 
Lengte tot ca. 30 cm.
Komt over het algemeen voor in rivieren en beken.
Leeft hoofdzakelijk van insecten en wormpjes.


Sneep 30 cm
Lengte tot ca. 50 cm.
Komt in het stroomgebied van de Limburgse Maas op een aantal plaatsen voor.
Leeft hoofdzakelijk van algen en kleine weekdiertjes.


Riviergrondel geen
Lengte tot ca. 20 cm.
Komt plaatselijk algemeen voor niet alleen in rivieren maar ook in andere watertypen.
Het voedsel bestaan hoofdzakelijk uit insectenlarven en wormpjes.


Snoek 45 cm 
Lengte tot ca. 140 cm.
Hij heeft voorkeur voor heldere wateren, omgeven door plantenrijk oeverzones.
Zijn prooi bestaat hoofdzakelijk uit vis.

Mocht u onverhoopt toch een vissoort vangen die niet vermeld staat, en u deze niet thuis kunt brengen, maakt er dan een foto van en stuur deze naar ons toe, en wij zullen het voor u uitzoeken om welke soort het gaat.
Heeft u verder nog vragen neem dan gerust contact met ons op.